ECLI:NL:CRVB:2011:BR2742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kosten bijstand ondanks beroep op dringende redenen en vertrouwensbeginsel
Appellant werd geconfronteerd met terugvordering van kosten van bijstand door het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam, omdat hij ten onrechte voorschotten had ontvangen. Het College had kosten teruggevorderd over meerdere perioden, met een totaalbedrag van €1.037,30.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het College van terugvordering had moeten afzien vanwege dringende redenen, waaronder ernstige financiële problemen en onjuiste betalingen door het UWV, en dat zijn klantmanager hem had toegezegd dat geen bedragen zouden worden teruggevorderd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College bevoegd was tot terugvordering en dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat er sprake was van dringende redenen of bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
Verder werd geoordeeld dat appellant geen rechtsgeldig beroep kon doen op het vertrouwensbeginsel, omdat geen concrete toezeggingen waren gedaan die een dergelijk beroep konden dragen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van kosten van bijstand en wijst het hoger beroep van appellant af.