ECLI:NL:CRVB:2011:BR2761
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde Ziektewet-uitkering
Verzoeker ontving bijstand vanaf 29 augustus 2008 en kreeg bij besluit van 25 mei 2009 de bijstand herzien over de periode 29 augustus 2008 tot en met 7 december 2008, omdat hij naast bijstand ook een Ziektewet-uitkering ontving die niet was gemeld. Het College vorderde de gemaakte kosten van bijstand terug en legde een inhouding van 10% van de bijstandsnorm op ter aflossing van deze vordering.
Verzoeker stelde dat hij op 8 september 2008 telefonisch melding had gemaakt van zijn ZW-uitkering en dat het College te lang had gewacht met verrekening, waardoor een lagere inhouding van 6% passend zou zijn. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij tijdig uit eigen beweging melding had gedaan en dat ook op de informatieformulieren geen opgave was gedaan.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het College bevoegd was tot brutoterugvordering en dat sprake was van een fraudevordering, waardoor de inhouding van 10% conform het beleid terecht was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.