ECLI:NL:CRVB:2011:BR2767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering per 26 juni 2007, omdat volgens hem sprake is van duurzame beperkingen door een medisch objectiveerbare ziekte of gebrek. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het deskundigenrapport van zenuwarts Boeykens gevolgd, die stelde dat appellant geen ziekte of gebrek heeft die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt.
Appellant voerde aan dat hij volledig beperkt is in zijn functioneren en verwees naar een brief van psychiater Hertroijs die een ongedifferentieerde somatoforme stoornis constateerde. De Raad overwoog dat een diagnose op zich niet voldoende is om beperkingen aan te nemen en dat het deskundigenrapport van Boeykens deugdelijk is. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van het oordeel van de deskundige af te wijken.
De Raad zag geen reden om een nieuwe deskundige in te schakelen en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is volgens de geldende criteria.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.