ECLI:NL:CRVB:2011:BR2973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bijzondere bijstand voor mentorwerkzaamheden en draagkrachtberekening Wajong-uitkering
Appellante, die een verhoogde Wajong-uitkering ontvangt vanwege blijvende hulpbehoevendheid, vroeg bijzondere bijstand voor kosten van mentorwerkzaamheden. Het College wees de aanvraag af omdat de draagkracht hoger was dan de gevraagde kosten. Appellante stelde dat de ophoging van de Wajong-uitkering vanwege verzorging buiten de draagkrachtberekening moest blijven.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de draagkrachtberekening niet-ontvankelijk en wees het beroep af. De Centrale Raad vernietigde dit oordeel deels, omdat de draagkrachtberekening bij een nieuwe aanvraag niet zonder meer als vaststaand mag worden beschouwd, maar oordeelde dat appellante onvoldoende buitengewone kosten had aangetoond.
De Raad bevestigde dat socialezekerheidsuitkeringen als inkomen worden gerekend en dat het College het beleid juist toepast door de gehele Wajong-uitkering mee te nemen. Omdat appellante geen bewijs leverde van buitengewone uitgaven, was het bezwaar terecht ongegrond. Het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor mentorwerkzaamheden wordt ongegrond verklaard.