ECLI:NL:CRVB:2011:BR3091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning langdurigheidstoeslag over 2008 ondanks eenmalige afwezigheid zonder afmelding
Appellant ontving sinds 1999 bijstand en nam in 2005 deel aan een re-integratietraject. In september 2005 was hij één dag zonder afmelding afwezig, waarvoor een verlaging van de bijstand werd opgelegd. In 2008 weigerde de Commissie hem de langdurigheidstoeslag toe te kennen vanwege deze sanctie in de voorafgaande 60 maanden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde dat de maatregel onterecht was opgelegd en dat het onredelijk was dat één dag afwezigheid leidde tot verlies van de toeslag. De Raad oordeelde dat de sanctie niet was opgelegd wegens onvoldoende poging tot arbeid, maar wegens het niet nakomen van de re-integratieverplichting. Hoewel re-integratie op uitstroom naar arbeid is gericht, kan in bijzondere gevallen een uitzondering worden gemaakt.
De Raad vond dat de afwezigheid zonder afmelding slechts één dag betrof en geen invloed had op het re-integratietraject. Daarom mocht de Commissie niet aannemen dat appellant niet aan de voorwaarden voor de toeslag voldeed. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de toeslag met ingang van 1 januari 2008 wordt toegekend. Tevens veroordeelde de Raad de Commissie tot rentevergoeding over de vertraagde betaling en tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit en beveelt toekenning van de langdurigheidstoeslag over 2008 met rentevergoeding en proceskostenvergoeding.