ECLI:NL:CRVB:2011:BR3157
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing samenloopaanvraag periodieke uitkering op grond van de Wuv wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1949 in voormalig Nederlands-Indië, diende in 2001 een samenloopaanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Deze aanvraag werd in 2002 afgewezen omdat appellante niet zelf vervolgd was en er geen bijzondere omstandigheden waren voor gelijkstelling.
In 2006 en opnieuw in 2010 vroeg appellante een Wuv-uitkering aan als tweede generatie slachtoffer, stellende dat zij vanwege haar gezinssituatie en het lijden van haar ouders aanspraak maakte. Verweerder wees deze aanvragen af, stellende dat sinds een wetswijziging in 1994 geen gelijkstelling meer mogelijk is voor personen geboren na 5 mei 1945 op grond van tweede generatieproblematiek.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit terecht is genomen omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die een herziening rechtvaardigen. Het feit dat zij en haar gezin het moeilijk hebben gehad, vormt geen grond voor een uitkering in strijd met de wet. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een Wuv-uitkering afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en het niet kunnen toepassen van gelijkstelling.