ECLI:NL:CRVB:2011:BR3276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- B.J. van de Griend
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening intrekking Veldzichttoelage en opdracht tot herstel besluit
Betrokkene, werkzaam als psychiater bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, kreeg in de jaren negentig diverse toelagen, waaronder de Veldzichttoelage ter compensatie van supervisie-inkomsten. Met de invoering van de AMS-toeslag in 2005 werden verschillende toelagen vervangen, maar de Veldzichttoelage bleef aanvankelijk buiten beschouwing. In 2007 besloot de minister de Veldzichttoelage te laten vervallen, wat leidde tot een vermindering van de formele werktijd en een verlaging van de AMS-toeslag.
Betrokkene verzocht de intrekking ongedaan te maken, maar dit werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de minister het verzoek inhoudelijk moest beoordelen. De Raad oordeelt echter dat het besluit tot intrekking reeds in maart 2007 definitief was en dat toepassing van artikel 4:6 Awb Pro op het verzoek van juni 2007 terecht was, maar dat voor de periode na juni 2007 een inhoudelijke beoordeling noodzakelijk is.
De Raad bevestigt dat de Veldzichttoelage onderdeel uitmaakt van de arbeidsmarkttoelagen die door de AMS-toeslag zijn vervangen en dat betrokkene niet financieel mag achteruitgaan ten opzichte van de situatie voor de AMS-regeling. De huidige berekeningen tonen echter een inkomensachteruitgang door de terugval naar een 30-urige werkweek, deels veroorzaakt door het vervallen van de toelage.
De Raad draagt de minister op binnen twaalf weken het besluit te herstellen met inachtneming van deze overwegingen. Het hoger beroep van de minister slaagt deels, dat van betrokkene niet.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot intrekking van de Veldzichttoelage wordt afgewezen en de minister wordt opgedragen het besluit te herstellen met inachtneming van de financiële gevolgen.