ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op beëindigings- en terugvorderingsbesluiten WAO-uitkering
Appellante was sinds 1995 administratief medewerkster bij een bedrijf waarvan haar ex-echtgenoot eigenaar was. Zij meldde zich ziek vanwege een macroadenoom en ontving vanaf 1996 een WAO-uitkering. Na een fraudeonderzoek stelde het UWV vast dat er geen dienstbetrekking was en beëindigde de uitkering in 2007, met terugvordering van onverschuldigde betalingen.
Appellante verzocht het UWV terug te komen op deze besluiten, maar dit werd geweigerd. Zowel de rechtbank Rotterdam als de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren, waaronder een medisch schrijven, verklaringen van een ex-werkneemster en een strafzaak die twijfels zou doen rijzen over de arbeidsovereenkomst.
De Raad oordeelde dat het medisch schrijven geen nieuw feit was, de verklaring van de ex-werkneemster te vaag was en de strafzaak nog geen relevante uitkomst had. Ook het beroep op een eerdere uitspraak van de Raad faalde omdat appellante nooit aanspraak had op een WAO-uitkering. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op de beëindigings- en terugvorderingsbesluiten van de WAO-uitkering.