ECLI:NL:CRVB:2011:BR3302

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-893 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 75k ZWArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding Ziektewet

Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 10 december 2009, waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een Ziektewetuitkering per 26 oktober 2009. Het bezwaar werd echter pas op 18 januari 2010 ontvangen, ruim na de wettelijke termijn van twee weken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.

In hoger beroep stelde appellant dat hij het besluit pas in de derde week van december 2009 ontving en door ernstige medische klachten niet in staat was tijdig bezwaar te maken. Het UWV liet medische stukken beoordelen door een verzekeringsarts, die concludeerde dat de medische gronden onvoldoende waren om verschoonbaarheid aan te nemen.

De Raad oordeelde dat zelfs bij ontvangst in de derde week van december nog voldoende tijd was om tijdig bezwaar te maken. De medische stukken boden geen grond om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.

Uitspraak

11/893 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 december 2010, 10/1122 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 27 juli 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E.C. Ramdihal, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 6 juli 2011, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 10 december 2009 heeft het Uwv bepaald dat appellant per 26 oktober 2009 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) omdat hij geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. Daarbij is vermeld dat tegen dit besluit binnen twee weken na de datum van ondertekening schriftelijk bezwaar kan worden gemaakt. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 10 december 2009 is gedateerd 14 januari 2010 en op 18 januari 2010 door het Uwv ontvangen.
1.2. Bij besluit van 11 februari 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Op grond van artikel 75k van de ZW bedraagt de termijn voor het maken van bezwaar in dit geval twee weken. Het bezwaar is niet tijdig ingediend. In hetgeen appellant heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
3.1. Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat hij het besluit van 10 december 2009 pas in de derde week van december heeft ontvangen. Volgens hem was hij als gevolg van ernstige medische klachten niet in staat adequaat te reageren op dat besluit.
3.2. Het Uwv heeft de door appellant bij zijn beroepschrift gevoegde medische stukken voorgelegd aan de verzekeringsarts R.M. de Vink. Deze heeft geconcludeerd dat de ingebrachte medische verklaringen ontoereikend zijn om op medische gronden verschoonbaarheid voor het te laat indienen van het bezwaarschrift aan te nemen. Het Uwv heeft om bevestiging van de aangevallen uitspraak verzocht.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Vast staat dat appellant zijn bezwaarschrift niet binnen de daarvoor geldende termijn van twee weken heeft ingediend. In geschil is of die termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten. Nu appellant stelt dat het niet tijdig maken van bezwaar het gevolg is van niet aan hem toe te rekenen omstandigheden, rust op hem de last de feiten aannemelijk te maken op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest.
4.2. Onbekend is op welke dag appellant het besluit van 10 december 2009 heeft ontvangen. Zelfs indien zou moeten worden aangenomen dat hij dit besluit eerst in de derde week van december 2009 heeft ontvangen, dan resteerde voldoende tijd om uiterlijk op 24 december 2009, tijdig een -voorlopig- bezwaarschrift in te dienen. Met het Uwv is de Raad van oordeel dat de door appellant in hoger beroep overgelegde medische stukken ontoereikend zijn om te oordelen dat zijn gezondheidstoestand in december 2009 zodanig was, dat hij niet in staat was om, eventueel met behulp van een ander, dit te doen. Er is dan ook geen grond om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten in de zin van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
4.3. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2011.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) M.A. van Amerongen.
EV