ECLI:NL:CRVB:2011:BR3302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding Ziektewet
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 10 december 2009, waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een Ziektewetuitkering per 26 oktober 2009. Het bezwaar werd echter pas op 18 januari 2010 ontvangen, ruim na de wettelijke termijn van twee weken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
In hoger beroep stelde appellant dat hij het besluit pas in de derde week van december 2009 ontving en door ernstige medische klachten niet in staat was tijdig bezwaar te maken. Het UWV liet medische stukken beoordelen door een verzekeringsarts, die concludeerde dat de medische gronden onvoldoende waren om verschoonbaarheid aan te nemen.
De Raad oordeelde dat zelfs bij ontvangst in de derde week van december nog voldoende tijd was om tijdig bezwaar te maken. De medische stukken boden geen grond om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.