ECLI:NL:CRVB:2011:BR3307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-uitkering ondanks geschil over beperkingen en functiegeschiktheid
Appellante, uitgevallen voor haar werk als inpakster vanwege rug- en psychische klachten na een auto-ongeval, kreeg aanvankelijk geen WIA-uitkering toegekend per 6 augustus 2008. Na bezwaar werd een WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 80%. Appellante stelde in beroep dat haar beperkingen, met name aan de rug en psychische aspecten, waren onderschat en dat de voorgehouden functies niet geschikt waren.
De rechtbank oordeelde dat de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige voldoende waren gemotiveerd en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld. De rechtbank vernietigde het besluit over de hoogte van de uitkering, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven en overhandigde nieuwe medische stukken, waaronder een brief van een revalidatiearts en het besluit tot toekenning van een IVA-uitkering per november 2010. De Raad stelde vast dat de beperkingen op de datum in geschil (6 augustus 2008) adequaat waren vastgesteld en dat de voorgehouden functies passend waren. De toekenning van een IVA-uitkering later deed hieraan niets af.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35-80%.