ECLI:NL:CRVB:2011:BR3327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor stofferingskosten bij verhuizing zonder voldoende sociale noodzaak
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor stofferingskosten in verband met haar verhuizing naar een andere woning per 5 augustus 2009. Het College van burgemeester en wethouders van Schiedam wees deze aanvraag af omdat niet was komen vast te staan dat de kosten noodzakelijk waren volgens artikel 35 van Pro de Wet werk en bijstand.
In hoger beroep stelde appellante dat haar verhuizing noodzakelijk was vanwege langdurige overlast van haar onderbuurvrouw. De Raad overwoog dat appellante dit standpunt onvoldoende had onderbouwd of aannemelijk gemaakt. Zij had geen urgentieverklaring aangevraagd en de ingebrachte stukken betroffen een periode van minimaal anderhalf jaar vóór de verhuizing, waardoor onvoldoende bleek dat de sociale omstandigheden nog steeds een verhuizing noodzakelijk maakten.
Appellante overhandigde een verklaring van de politie Rotterdam-Rijnmond over incidenten met haar onderbuurvrouw, maar deze incidenten dateren uit 2005 en 2006 en er was geen bewijs van relevante voorvallen tussen 2006 en de verhuizing in 2009. Ook een door haarzelf en oud-buurtbewoners ondertekende summiere verklaring bood geen feitelijk inzicht in de situatie vlak voor de verhuizing.
De Raad concludeerde dat de sociale noodzaak voor de verhuizing niet was vastgesteld en wees het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand voor stofferingskosten wordt bevestigd.