ECLI:NL:CRVB:2011:BR3343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid sinds 1986. Deze aanvraag werd afgewezen omdat appellant reeds de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt en geen nieuwe feiten of omstandigheden had vermeld die een herziening konden rechtvaardigen.
De rechtbank Amsterdam vernietigde een eerder besluit van het Uwv omdat niet voldoende was onderzocht wat appellant met zijn aanvraag wilde bereiken. Echter, de rechtbank handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. Uit de stukken blijkt dat appellant met zijn aanvraag slechts een nieuwe aanvraag wilde doen voor een uitkering over dezelfde arbeidsongeschiktheidsperiode zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Daarom is de afwijzing terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De afwijzing van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd.