ECLI:NL:CRVB:2011:BR3523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken toename arbeidsongeschiktheid per 16 november 2007
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster, meldde zich ziek met schouderklachten, waarna rug- en psychische klachten bijkwamen. Na onderzoek stelde de verzekeringsarts vast dat haar belastbaarheid niet was toegenomen sinds 24 oktober 2007, wat resulteerde in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) met dezelfde beperkingen als eerder vastgesteld.
Het UWV wees een uitkering op grond van de Wet WIA af omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar lichamelijke en psychische klachten waren toegenomen, onderbouwd met medische verklaringen van een neurochirurg en psycholoog.
De bezwaarverzekeringsarts handhaafde het oordeel dat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep, omdat er geen medische informatie was die aanleiding gaf het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts te herzien.
De Raad concludeerde dat de medische gegevens onvoldoende basis boden voor een toename van arbeidsongeschiktheid per 16 november 2007 en bevestigde de eerdere beslissingen van het UWV en de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken van toename van arbeidsongeschiktheid per 16 november 2007.