ECLI:NL:CRVB:2011:BR3546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gebrek aan levensvatbaarheid bedrijf affiliatiemarketing
Appellant vroeg bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor zijn internetbedrijf gericht op affiliatiemarketing. Het College vroeg advies aan het IMK over de levensvatbaarheid van het bedrijf. Het IMK concludeerde dat het bedrijf onvoldoende technische kennis, laag ondernemend vermogen, onvoldoende winstgevendheid en lage groei vertoonde, en geen onderscheidend vermogen had ten opzichte van marktleiders.
Het College wees de aanvraag af op basis van dit advies, en het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep stelde appellant dat het College door vertraagde financiële ondersteuning het bedrijf niet levensvatbaar had gemaakt en betwistte de vergelijking met grote marktleiders.
De Raad stelde vast dat de beoordeling van levensvatbaarheid plaatsvindt op het moment van het besluit, en dat het advies van het IMK zorgvuldig en feitelijk juist was, behalve de vergelijking met marktleiders die niet opgaat vanwege de omvangsverschillen. Appellant overlegde geen objectieve tegenadviezen. De Raad concludeerde dat louter eigen verwachtingen onvoldoende zijn om bijstand toe te kennen en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De aanvraag bijstand in de vorm van een lening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een levensvatbaar bedrijf.