ECLI:NL:CRVB:2011:BR4101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen vaststelling inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet
Appellante ontving een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet en maakte bezwaar tegen de vaststelling van de hoogte van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet die op haar pensioen werd ingehouden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees het bezwaar ongegrond op grond van het juiste premiepercentage van 6,50% volgens de Regeling Zorgverzekering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd bevestigd dat het bijdragepercentage correct was vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep dat dit oordeel onjuist was. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de Svb als inhoudingsplichtig orgaan niet bevoegd was om het bezwaar te behandelen omdat de Rijksbelastingdienst de bijdrage heft.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, maar het bezwaar niet-ontvankelijk wegens onbevoegdheid van de Svb. Het bezwaarschrift werd doorgezonden naar de Rijksbelastingdienst voor verdere behandeling. De Svb werd veroordeeld in de proceskosten van appellante en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de vaststelling van de inkomensafhankelijke bijdrage wordt niet-ontvankelijk verklaard en doorgestuurd naar de Rijksbelastingdienst.