ECLI:NL:CRVB:2011:BR4155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep CIZ niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang bij indicatie AWBZ
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die een besluit op bezwaar inzake een indicatie voor AWBZ-zorg vernietigde. Het oorspronkelijke besluit betrof een verlaging van de zorgindicatie voor de zoon van gedaagde voor de periode 2007-2012.
De rechtbank had het bezwaar van gedaagde gegrond verklaard en het CIZ opgedragen een nieuw besluit te nemen. In hoger beroep handhaafde CIZ haar standpunt dat het onderzoek zorgvuldig was en de indicatie terecht was vastgesteld. Gedaagde stelde echter dat het procesbelang van CIZ was vervallen omdat inmiddels een nieuwe, gunstigere indicatie voor de periode 2010-2015 was afgegeven, waarmee hij instemde.
De Raad stelde vast dat gedaagde geen nieuw besluit op bezwaar wenste en dat het resultaat dat CIZ met het hoger beroep nastreefde niet meer feitelijke betekenis had. Op grond van vaste rechtspraak werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang. Tevens werd CIZ veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CIZ wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang.