ECLI:NL:CRVB:2011:BR4226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de klachten van appellant.
In hoger beroep stelt appellant dat het onderzoek onvolledig en onzorgvuldig is geweest, mede vanwege onvoldoende aandacht voor zijn orthopedische klachten en het ontbreken van een onafhankelijke deskundige. Hij verwijst naar medische informatie van de St. Maartenskliniek ter onderbouwing van zijn klachten.
De Raad concludeert dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek adequaat is uitgevoerd en dat ook de aanvullende medische stukken zijn betrokken bij de beoordeling. Het UWV heeft op basis van recente orthopedische gegevens afgezien van een extra expertise. De Raad acht de functies die appellant geacht wordt te kunnen vervullen passend toegelicht en ziet geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.