ECLI:NL:CRVB:2011:BR4276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de hoogte van de door de rechtbank toegekende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een procedure over kinderbijslag. De rechtbank had de Staat veroordeeld tot een vergoeding van €2.000, maar appellante stelde dat de procedure nog voortduurde en de schadevergoeding daarom niet definitief was.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het hoger beroep zich uitsluitend richt op de hoogte van de schadevergoeding en niet op de partijstelling, die eerder door de rechtbank was vastgesteld. De Raad merkt op dat de rechtbank alleen kon oordelen over de schadevergoeding tot het moment van haar uitspraak en niet over mogelijke verdere schadevergoeding wegens voortzetting van de procedure.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding om af te wijken van de vastgestelde schadevergoeding. De procedure wordt hiermee niet beëindigd, maar de vergoeding blijft beperkt tot het reeds toegekende bedrag. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 augustus 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de schadevergoeding van €2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.