ECLI:NL:CRVB:2011:BR4294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep kinderbijslag wegens ontbreken belang
Appellant had kinderbijslag ontvangen voor de periode van het vierde kwartaal 1998 tot en met het vierde kwartaal 2000. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag dit recht en stelde vast dat appellant niet verzekerd was ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) voor die periode, waardoor hij geen recht had op kinderbijslag. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd pas in 2009 beslist.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang had bij de beoordeling van het beroep, aangezien hij niet meer kon krijgen dan reeds door de Svb was beslist en hij de reeds ontvangen kinderbijslag niet hoefde terug te betalen.
In hoger beroep voerde appellant aan recht te hebben op kinderbijslag omdat hij AOW ontving. De Raad onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat appellant geen nieuw procesbelang had ingebracht. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter E.E.V. Lenos en griffier M.R. van der Vos op 5 augustus 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd wegens ontbreken van belang.