ECLI:NL:CRVB:2011:BR4296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarin een korting van 86% werd toegepast op zijn AOW-pensioen wegens 43 niet-verzekerde jaren. Ook werd een korting van 58% toegepast op de toeslag voor zijn echtgenote wegens 29 niet-verzekerde jaren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de Svb voldoende onderzoek had gedaan, waaronder navraag bij werkgevers, pensioenfonds, gemeente en het schakelregister, zonder relevante nieuwe informatie.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de uitspraak onjuist was en dat de Svb opnieuw onderzoek moest doen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat appellant geen nieuwe feiten of aanwijzingen had ingebracht die het vastgestelde aantal verzekerde jaren zouden kunnen wijzigen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter E.E.V. Lenos, in aanwezigheid van griffier M.R. van der Vos, op 5 augustus 2011. Partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de korting op het AOW-pensioen wordt bevestigd.