ECLI:NL:CRVB:2011:BR4322

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-4403 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van rechtbankbeslissing over beslag op WAO-uitkering door UWV

Appellant maakte bezwaar tegen een beslaglegging op zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij een bedrag van €3.032,05 was geclaimd. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond en stelde het beslagbedrag vast op €2.903,78, omdat het UWV niet binnen het kader van het beslag was gebleven.

In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden aangevoerd zonder nieuwe gezichtspunten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de gronden afdoende en juist heeft gemotiveerd. De bestuursrechter kan slechts toetsen of het bestuursorgaan binnen het beslagkader is gebleven; de juistheid of hoogte van het beslag is voor de burgerlijke rechter.

De Raad concludeert dat het hoger beroep geen doel treft en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2011.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak die het beslagbedrag op de WAO-uitkering heeft verlaagd.

Uitspraak

10/4403 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 juli 2010, 09/3554 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 5 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2011. Appellant is verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M. Sluijs.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 27 mei 2009 heeft het Uwv aan appellant medegedeeld dat door Geerlings & Hofstede Gerechtsdeurwaarders beslag is gelegd op appellants WAO-uitkering voor een bedrag van € 3.032,05.
1.2. Bij besluit van 22 juli 2009 heeft het Uwv zijn besluit van 27 mei 2009 gehandhaafd.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 22 juli 2009 gegrond verklaard. De rechtbank heeft voornoemd besluit dientengevolge vernietigd. Vervolgens heeft zij zelf in de zaak voorzien en vastgesteld dat de hoogte van het door de deurwaarder geclaimde bedrag € 2.903,78 bedraagt.
3. In hoger beroep heeft appellant gronden aangevoerd die ook reeds in beroep naar voren zijn gebracht. De gronden bevatten geen nieuwe gezichtspunten.
4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in beroep aangevoerde gronden afdoende besproken en heeft zij op juiste wijze gemotiveerd waarom die gronden niet slagen.
4.2. Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat de toetsing door de bestuursrechter, gelet op de rechtsmachtverdeling tussen hem en de burgerlijke rechter, enkel kan strekken tot het beantwoorden van de vraag of het bestuursorgaan is gebleven binnen het kader van het beslag. Nu het Uwv niet binnen dit kader was gebleven heeft de rechtbank zulks hersteld op een wijze als aangegeven in overweging 2. Vragen omtrent de juistheid van (de hoogte van) het beslag en daarmee verwante zaken kunnen, naar de rechtbank met juistheid heeft overwogen, niet door de bestuursrechter worden beoordeeld, omdat hij ter zake geen rechtsmacht heeft. De beantwoording van de door appellant opgeworpen vragen is aan de burgerlijke rechter.
4.3. Gelet op het hiervoor overwogene treft het hoger beroep van appellant geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2011.
(get.) J. Brand.
(get.) M.A. van Amerongen.
RK