ECLI:NL:CRVB:2011:BR4425

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-4044 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig indienen hogerberoepschrift in WWB-zaak

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een WWB-zaak. De Raad heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift. Appellant stelde dat het beroepschrift op tijd was verzonden en dat het zoek was geraakt bij de Raad, en verwees naar een telefonisch contact met de griffie waarin dit zou zijn bevestigd.

De Raad stelde vast dat het beroepschrift pas op 16 juli 2010 werd ontvangen, terwijl de uiterste datum voor ontvangst 9 april 2010 was. Het poststempel op de enveloppe was van 15 juli 2010. Bovendien kon het vermeende telefoongesprek op 14 mei 2010 niet hebben plaatsgevonden omdat de Raad toen gesloten was.

Appellant heeft geen bewijs geleverd van tijdige verzending, zoals een bewijs van aangetekende zending. De Raad concludeert dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het beroepschrift tijdig is ingediend en verklaart het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

Uitspraak

10/4044 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 februari 2010, 09/4224 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
Datum uitspraak: 8 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 19 oktober 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 19 oktober 2010 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 4 juli 2011, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 19 oktober 2010 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 9 april 2010. Het hogerberoepschrift is gedateerd 5 april 2010. De enveloppe waarin het per post is verzonden, draagt het poststempel 15 juli 2010. Het hogerberoepschrift is op 16 juli 2010 bij de Raad ontvangen.
In het verzetschrift heeft appellant verklaard dat hij het hogerberoepschrift op 5 april 2010 ter post heeft bezorgd en dat het hogerberoepschrift bij de Raad is zoekgeraakt. Appellant heeft daarbij aangegeven dat hij op vrijdag 14 mei 2010 heeft gebeld met een medewerker van (de griffie van) de Raad. Deze medewerker heeft appellant toen medegedeeld dat zijn hogerberoepschrift bij de Raad was zoekgeraakt maar dat het inmiddels was gevonden en dat appellant een ontvangstbevestiging zou krijgen. Appellant heeft daarna nog een aantal keren met (de griffie van) de Raad gebeld. Op 14 juli 2010 heeft appellant telefonisch vernomen dat het hogerberoepschrift niet bij de Raad was ontvangen, waarna hij het op 15 juli 2010 nogmaals heeft verzonden.
De Raad is van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het hogerberoepschrift op 5 april 2010 is verzonden. Appellant heeft geen bewijsstuk(ken) overgelegd waaruit de (aangetekende) verzending van zijn hogerberoepschrift kan worden afgeleid. De Raad stelt verder vast dat het telefoongesprek van appellant op vrijdag 14 mei 2010 met de griffie van de Raad, waarin aan appellant zou zijn medegedeeld dat het hogerberoepschrift was ontvangen, niet kan hebben plaatsgevonden aangezien de Raad op vrijdag 14 mei 2010 was gesloten.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.