ECLI:NL:CRVB:2011:BR4426

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6807 AOW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens tijdige indiening hogerberoepschrift ondanks poststaking

Appellant had tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, maar dit werd op 4 maart 2011 niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het hogerberoepschrift. Appellant maakte hiertegen verzet bekend.

De Raad overwoog dat door een poststaking bij TNT Post van 8 tot en met 10 december 2010 geen postverwerking plaatsvond. Het hogerberoepschrift was op 13 december 2010 gepost, kort na het einde van de beroepstermijn op 9 december 2010, en werd op 15 december 2010 ontvangen. Gezien de poststaking achtte de Raad aannemelijk dat appellant het stuk vóór het verstrijken van de termijn had gepost.

Daarom werd het verzet gegrond verklaard, het eerdere besluit van niet-ontvankelijkheid verviel en het onderzoek werd voortgezet. Er werden geen proceskosten aan het verzet verbonden.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hogerberoepschrift wordt als tijdig ingediend beschouwd.

Uitspraak

10/6807 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 27 oktober 2010, 09/629 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak: 8 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 4 maart 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 4 maart 2011 heeft appellant verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 4 maart 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad heeft vastgesteld, en appellant heeft daar in het verzetschrift ook op gewezen, dat in verband met een staking bij TNT Post in de periode van (donderdag) 8 december 2010 tot en met (vrijdag) 10 december 2010 geen postverwerking en postbezorging hebben plaatsgevonden. Aangezien de enveloppe waarin het hogerberoepschrift per post is verzonden een poststempel bevat van (maandag) 13 december 2010, acht de Raad het aannemelijk dat appellant zijn hogerberoepschrift voor het einde van de beroepstermijn, die eindigde op (vrijdag) 9 december 2010, ter post heeft bezorgd. Nu het hogerberoepschrift vervolgens op (woensdag) 15 december 2010 bij de Raad is ontvangen, komt de Raad tot het - nadere - oordeel dat het hogerberoepschrift tijdig is ingediend.
Het verzet dient gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 4 maart 2011 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Van kosten waarop een veroordeling in de proceskosten van het verzet betrekking kan hebben, is niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.