ECLI:NL:CRVB:2011:BR4587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- M.I. ’t Hooft
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen inhouding partnerinkomsten bij bijstand
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarbij de bijstand werd berekend met inhouding van de inkomsten van zijn partner. De Raad stelt vast dat de inhouding van deze inkomsten reeds onherroepelijk was vastgesteld bij een eerder besluit van 5 december 2006.
De specificatie van juni 2008 waarin de inhouding opnieuw werd vermeld, bracht geen nieuwe rechtsgevolgen met zich mee en kan daarom niet als een nieuw besluit worden aangemerkt. Appellant heeft bovendien de hoogte van de inhouding niet bestreden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.