ECLI:NL:CRVB:2011:BR4664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- M.I. ’t Hooft
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning bijzondere bijstand voor wasmachine en legeskosten
Appellant, die van 2006 tot 2007 bijstand ontving, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een wasmachine en voor legeskosten in verband met verblijfsvergunningen. De Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda kende de bijzondere bijstand voor de wasmachine toe als geldlening, maar wees het verzoek om bijzondere bijstand voor legeskosten af. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij onvoldoende inkomen had en bijzondere omstandigheden aanwezig waren die toekenning van bijzondere bijstand zonder terugbetaling rechtvaardigden. De Raad oordeelde dat de Commissie terecht bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening verleende voor de wasmachine, omdat appellant over aflossingscapaciteit beschikte en dit beleid conform de WWB is.
Voor de legeskosten stelde de Raad vast dat deze tot de incidenteel voorkomende algemene noodzakelijke kosten behoren die uit de bijstandsnorm betaald moeten worden, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Appellant kon deze bijzondere omstandigheden niet aantonen en gaf geen inzicht in zijn financiële situatie. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van het verzoek om bijzondere bijstand voor legeskosten.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraken van de rechtbank bevestigd moeten worden en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; bijzondere bijstand voor wasmachine als geldlening toegekend en verzoek bijzondere bijstand voor legeskosten afgewezen.