ECLI:NL:CRVB:2011:BR4667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- M.I. ’t Hooft
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtshulp echtgenote zonder verblijfsvergunning
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van rechtshulp ten behoeve van zijn echtgenote, die vanuit Oekraïne naar Nederland was gekomen en op het moment van de aanvraag nog geen verblijfsvergunning bezat. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvragen af, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep betoogde appellant dat de kosten mede op hem betrekking hadden omdat de inkomsten van zijn echtgenote op zijn bijstand in mindering werden gebracht en dat hij aanspraak had op bijstand naar de gezinsnorm vanwege de latere verblijfsvergunning van zijn echtgenote.
De Raad oordeelt dat de kosten van rechtshulp betrekking hebben op de echtgenote en niet op appellant, en dat het feit dat de echtgenote later een verblijfsvergunning kreeg, geen invloed heeft op de beoordeling van de aanvragen op het moment van de aanvraag. De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de kosten van rechtshulp ten behoeve van de echtgenote wordt bevestigd.