ECLI:NL:CRVB:2011:BR4779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant had een uitkering ingevolge de WAO die per 17 december 2008 werd ingetrokken omdat hij geschikt werd geacht voor passende functies met minder dan 15% verdiencapaciteitsverlies. Op 9 juni 2009 meldde appellant zich ziek met urologische klachten en werd op 7 augustus 2009 door een verzekeringsarts opnieuw beoordeeld. Deze arts achtte appellant geschikt voor arbeid en het UWV beëindigde het recht op ziekengeld per 10 augustus 2009.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 28 september 2009 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, mede omdat informatie van huisarts en GGZ was meegewogen. Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in die het oordeel konden ondermijnen.
In hoger beroep stelde appellant dat bepaalde lichamelijke en psychische klachten onvoldoende waren onderzocht en dat het UWV ten onrechte geen deskundige had ingeschakeld voor zijn psychische klachten. De Raad overwoog dat dit een herhaling was van eerdere gronden en onderschreef het oordeel van de rechtbank. De bezwaarverzekeringsarts had op basis van dossierstudie, eigen onderzoek en informatie van huisarts en GGZ het oordeel bevestigd. Er waren geen nieuwe medische feiten die aanleiding gaven tot wijziging van het standpunt dat appellant arbeidsgeschikt was.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en zag geen grond voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd uitgesproken door C.P.J. Goorden op 10 augustus 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van het recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek.