ECLI:NL:CRVB:2011:BR4801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging re-integratieverplichtingen bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
Appellante is door het UWV haar WAO-uitkering ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Vervolgens heeft het UWV een re-integratievisie opgesteld waarin afspraken zijn vastgelegd over de door appellante te verrichten re-integratieactiviteiten. Appellante maakte bezwaar tegen deze visie, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het bestreden besluit eveneens ongegrond, stellende dat appellante geacht moet worden de voorgestelde functies te kunnen vervullen en dat zij niet valt onder de categorie uitkeringsgerechtigden die vrijgesteld zijn van re-integratieverplichtingen. In hoger beroep stelde appellante dat zij volledig arbeidsongeschikt is en niet aan de re-integratieverplichtingen kan voldoen.
De Raad overwoog dat de eerdere uitspraak waarin de intrekking van de WAO-uitkering werd bevestigd, onherroepelijk is en dat appellante niet volledig arbeidsongeschikt is. Haar standpunt dat zij niet kan werken werd niet onderbouwd met medische informatie. De afspraken in de re-integratievisie, inclusief begeleiding en vrijstelling van sollicitatieplicht tot aanvang van het traject, zijn passend en haalbaar. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.