ECLI:NL:CRVB:2011:BR4906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering toepassing Besluit overgangsrecht FLO-functies voor ambtenaar Belastingdienst
Appellant, werkzaam als medewerker opsporing bij de Belastingdienst/FIOD-ECD sinds 2002, verzocht in 2008 om toepassing van het Besluit overgangsrecht FLO-functies. Dit verzoek werd door de staatssecretaris afgewezen en het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens ongegrond omdat appellant in de relevante periode geen substantieel bezwarende functie vervulde zoals bedoeld in het Besluit bezwarende functies.
In hoger beroep onderschrijft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank en stelt vast dat appellant niet voldeed aan het criterium dat hij belast moest zijn met hetzelfde complex van werkzaamheden als de Internationaal Economische Recherche (IER) van de ECD. Hoewel appellant stelde dat hij zich ook bezighield met economische fraude, was dit niet vergelijkbaar met de werkzaamheden van de IER. Daarnaast werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen omdat er een rechtens relevant verschil bestond tussen appellant en collega’s die wel in de relevante teams werkzaam waren.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 augustus 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering om appellant toe te laten tot het Besluit overgangsrecht FLO-functies wordt bevestigd.