ECLI:NL:CRVB:2011:BR5066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkering en weigering ziekengeld bij schouderklachten
Appellant ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% en een WW-uitkering. Na een toename van klachten meldde hij zich ziek met schouderklachten, waarop het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid onveranderd vaststelde en het recht op ziekengeld weigerde.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en juist waren uitgevoerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen ernstiger waren, onder meer door een schouderoperatie en psychosociale factoren, maar kon dit niet met nieuwe medische gegevens onderbouwen.
De Raad onderschreef de eerdere conclusies van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen dat appellant geschikt bleef voor de WAO-functies en dat de weigering van ziekengeld terecht was. De aangevallen uitspraken werden bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde WAO-uitkering van 25-35% en wijst het beroep op ziekengeld af.