ECLI:NL:CRVB:2011:BR5070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond verklaard wegens verschoonbaar niet betalen griffierecht in hoger beroep
Appellant was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen, maar het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellant deed hiertegen verzet en stelde dat hij op de laatste dag van de betalingstermijn telefonisch contact had gezocht om het griffierecht te voldoen, maar ten onrechte werd medegedeeld dat dit niet meer mogelijk was.
De Raad oordeelde dat deze verklaring niet onaannemelijk was en dat appellant zich binnen de gestelde termijn tot de Raad had gewend. Omdat hij het griffierecht nog tijdig had kunnen voldoen, werd het niet betalen als verschoonbaar beschouwd. Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak van de Raad van 1 april 2011 verviel en het onderzoek werd voortgezet.
Appellant kreeg de gelegenheid om het griffierecht alsnog binnen vier weken te voldoen. Tevens werd de Minister veroordeeld in de proceskosten van het verzet, begroot op € 32,78 aan reiskosten van appellant.
Uitkomst: Het verzet van appellant wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet; appellant mag het griffierecht alsnog binnen vier weken voldoen.