ECLI:NL:CRVB:2011:BR5141

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-215 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep bijzondere bijstand

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de weigering van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht. De Centrale Raad van Beroep had het hoger beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift geen gronden van het hoger beroep zou bevatten en appellant dit verzuim niet had hersteld.

Appellant maakte hiertegen verzet bekend. Na heroverweging concludeert de Raad dat het hogerberoepschrift wel degelijk gronden bevat en dat appellant zich terecht niet kan verenigen met de uitspraak van de rechtbank, die oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren voor verlening van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht.

De Raad verklaart het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er worden geen proceskosten aan het verzet verbonden.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

11/215 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 november 2010, 10/3690 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
Datum uitspraak: 17 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 10 mei 2011 heeft de Raad het namens appellant door mr. J.S. Vlieger, advocaat te Amsterdam, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 10 mei 2011 heeft mr. Vlieger namens appellant verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 10 mei 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet de gronden van het hoger beroep bevat, en dat (de gemachtigde van) appellant dit verzuim niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft hersteld.
De Raad is, mede naar aanleiding van hetgeen in het verzetschrift is aangevoerd, tot het nadere oordeel gekomen dat het hogerberoepschrift wel (de) gronden van het hoger beroep bevat. Het hogerberoepschrift vermeldt onder meer: “Met dit besluit kan appellant zich niet verenigen. Ten onrechte heeft de rechtbank beslist dat er geen sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden die verlening van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht zouden rechtvaardigen.” In het licht van hetgeen in beroep bij de rechtbank op dit punt aan gronden is aangevoerd en het daarover door de rechtbank in de aangevallen uitspraak uitdrukkelijk gegeven oordeel, is hiermee voldoende duidelijk gemaakt waarom appellant zich met de aangevallen uitspraak niet kan verenigen.
Het verzet dient gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 10 mei 2011 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat in dit geval geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
EV