ECLI:NL:CRVB:2011:BR5144

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6378 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening in WAO-zaken ongegrond verklaard

Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 maart 2011, waarin zijn verzoek om herziening van een eerdere uitspraak niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad stelde vast dat het verzoekschrift niet de vereiste gronden bevatte en dat verzoeker dit verzuim niet binnen de gestelde termijn heeft hersteld.

Tijdens de zitting van 8 augustus 2011 verschenen partijen niet. De Raad beoordeelde het verzet en concludeerde dat verzoeker in het verzetschrift geen nieuwe gronden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.

De Raad besloot tevens het betaalde griffierecht van €110,- aan verzoeker terug te betalen, omdat er geen grond was voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is op 17 augustus 2011 in het openbaar uitgesproken door rechter T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt terugbetaald.

Uitspraak

10/6378 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het verzoek om herziening als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (Marokko), (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 januari 2010, 09/4598,
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Datum uitspraak: 17 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 25 maart 2011 heeft de Raad het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 27 januari 2010 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 25 maart 2011 heeft verzoeker verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 8 augustus 2011, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 25 maart 2011 berust op de overwegingen dat het verzoekschrift niet de gronden van het verzoek om herziening bevat, en dat verzoeker dit verzuim niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft hersteld.
De Raad stelt vast dat verzoeker in het verzetschrift niets heeft aangevoerd dat leidt tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 25 maart 2011 niet juist is.
Het verzet dient daarom ongegrond te worden verklaard.
In de omstandigheden van het geval ziet de Raad aanleiding om te bepalen dat het betaalde griffierecht (€ 110,-) aan verzoeker wordt terugbetaald.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen grond.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours non fondé
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 17 août 2011.