ECLI:NL:CRVB:2011:BR5207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over vaststelling einddatum WW-uitkering ondanks gering motiveringsgebrek
Appellante ontving vanaf 12 augustus 2008 een WW-uitkering met een aanvankelijke einddatum van 11 oktober 2009. Na een periode van drie weken volledige arbeid werd de uitkering heropend en de einddatum verschoven naar 2 november 2009. Het UWV stelde dit bij besluit van 9 november 2009 vast, maar gaf geen uitleg over de berekening van de verschuiving.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit wegens een gebrek aan motivering en onzorgvuldigheid, en vorderde vergoeding van gemaakte kosten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, oordeelde dat het besluit summier maar voldoende gemotiveerd was, mede omdat appellante professionele rechtshulp had.
In hoger beroep herhaalde appellante haar gronden, maar betwistte de einddatum zelf niet. De Raad stelde vast dat het motiveringsgebrek gering was en appellante uit eerdere correspondentie duidelijk op de hoogte was van de einddatum. Daarom werd het bezwaar niet gegrond verklaard en de kostenvergoeding afgewezen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Hiermee blijft het besluit van het UWV ongewijzigd in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV over de einddatum van de WW-uitkering ondanks een gering motiveringsgebrek.