ECLI:NL:CRVB:2011:BR5274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WAO-uitkering wegens andere oorzaak toegenomen beperkingen
Appellant ontving sinds 1986 een WAO-uitkering wegens spanningsklachten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Na een auto-ongeval in 2000 verzocht hij om verhoging van zijn uitkering, maar het UWV stelde deze ongewijzigd vast. In 2005 en later verzocht appellant opnieuw om herziening vanwege toegenomen beperkingen door abdominale en urologische problemen, die het gevolg waren van het ongeval.
Het UWV weigerde de herziening op grond van artikel 37, tweede lid, van de WAO, omdat de toename van de beperkingen een andere oorzaak had dan de oorspronkelijke psychische klachten en appellant niet in loondienst was maar verzekerd op grond van artikel 7b, eerste lid. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, wat door de Centrale Raad werd bevestigd.
De Raad overwoog dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij op de relevante data in loondienst was en dat de toegenomen beperkingen niet gerelateerd waren aan de oorspronkelijke verzekeringsgrond. Het verzoek om schadevergoeding wegens financiële gevolgen werd eveneens afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te herzien wegens andere oorzaak van toegenomen beperkingen.