ECLI:NL:CRVB:2011:BR5305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding bij indicatiebesluit AWBZ
Appellante, een psychiatrisch patiënt, maakte bezwaar tegen een indicatiebesluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.
De rechtbank oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar opname in een psychiatrisch ziekenhuis en het gebruik van het medicijn Risperdal haar gedurende de gehele termijn van zes weken verhinderden een bezwaarschrift in te dienen of hulp van derden in te roepen. Ook het verhuizen binnen de instelling en de beperkte financiële middelen voor ordners werden niet als verschoonbare omstandigheden gezien.
In hoger beroep herhaalde appellante haar gronden, waaronder de moeilijke situatie van een psychiatrisch patiënt en de beperkingen in het bijhouden van correspondentie. De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Daarnaast overwoog de Raad dat de wens van appellante voor een persoonsgebonden budget geen onderdeel uitmaakt van het indicatiebesluit en dus niet door het CIZ wordt beslist.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.