ECLI:NL:CRVB:2011:BR5376

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6338 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van juiste vaststelling beperkingen bij WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling

Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht, waarin het bezwaar tegen het besluit van het UWV om een WIA-uitkering toe te kennen op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-80% ongegrond werd verklaard. Appellant stelde dat hij ernstiger beperkt was dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en bracht medische gegevens aan, waaronder een verhoogde reumafactor en verwijzingen naar onderzoeken in een tropisch ziekenhuis.

De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant zorgvuldig en juist was uitgevoerd en dat de FML correct was ingevuld. De Raad nam de overwegingen van de rechtbank over en concludeerde dat appellant geen nieuwe stukken had ingediend die een ernstiger beperking op de datum van 21 mei 2009 aannemelijk maken.

De medische gegevens in het dossier ondersteunden niet dat de beperkingen ernstiger waren dan in de FML vermeld. De eigen beleving van appellant van zijn klachten kon volgens vaste rechtspraak geen aanleiding vormen om verdergaande beperkingen aan te nemen. De door appellant aangekondigde stukken van een ziekenhuis in de tropen waren niet ontvangen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

10/6338 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 15 oktober 2010, 10/226 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 19 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld en het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2011. Appellant is niet verschenen. Voor het Uwv is verschenen mr. F.A. Put.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 7 augustus 2009 (lees: 7 december 2009) heeft het Uwv het bezwaar gericht tegen het besluit van 29 mei 2009 waarin appellant een WIA-uitkering is toegekend berekend naar een mate van 35-80%, ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 7 december 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat de medische kant van de schatting juist en zorgvuldig is te achten. Het medisch onderzoek is inzichtelijk en toereikend. Appellant heeft geen stukken ingediend waaruit blijkt dat de FML niet juist is. De geduide functies zijn in medisch opzicht passend.
De rechtbank heeft voorts overwogen dat de door appellant vermelde toezegging uit 1984 van een verzekeringsarts dat appellant weer een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering zou krijgen als hij weer zou uitvallen, het vorenstaande niet anders maakt. Bij elke aanvraag om een WAO-uitkering heeft het Uwv de plicht de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw te beoordelen.
3. Appellant heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij is van mening dat hij meer beperkt is dan is aangenomen in de FML. In 2008 is bloedonderzoek verricht en een reumafaktor van 22,7 gevonden. Vanaf factor 15 moet er iets aan gedaan worden. De huisarts weigert appellant door te sturen. Appellant overwintert altijd in de tropen en daar is hij doorverwezen naar een ziekenhuis. De uitslagen van in dat ziekenhuis verrichte onderzoeken zal hij nog in geding brengen. Appellant heeft veel pijn en de pijnen worden steeds erger.
4. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant op zorgvuldige en juiste wijze is verricht en dat de FML op juiste wijze is ingevuld. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. Uit hetgeen appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht kan de Raad niet afleiden dat het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dit oordeel berust zoals weergeven in de aangevallen uitspraak niet juist zijn.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe stukken in geding gebracht waaruit volgt dat zijn beperkingen op de datum hier in geding (21 mei 2009) niet juist zijn vastgesteld. De in het dossier aanwezige medische gegevens bevestigen niet dat op de datum in geding de beperkingen van appellant ernstiger waren dan in de FML zijn opgenomen en zijn eigen beleving van zijn klachten kan, naar vaste rechtspraak, geen aanleiding vormen om verdergaande beperkingen aan te nemen.
De in het vooruitzicht gestelde stukken van een ziekenhuis in de tropen zijn niet door de Raad ontvangen.
5. Uit overweging 4 volgt dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2011.
(get.) J. Brand.
(get.) M.A. van Amerongen.
RK