ECLI:NL:CRVB:2011:BR5376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste vaststelling beperkingen bij WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht, waarin het bezwaar tegen het besluit van het UWV om een WIA-uitkering toe te kennen op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-80% ongegrond werd verklaard. Appellant stelde dat hij ernstiger beperkt was dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en bracht medische gegevens aan, waaronder een verhoogde reumafactor en verwijzingen naar onderzoeken in een tropisch ziekenhuis.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant zorgvuldig en juist was uitgevoerd en dat de FML correct was ingevuld. De Raad nam de overwegingen van de rechtbank over en concludeerde dat appellant geen nieuwe stukken had ingediend die een ernstiger beperking op de datum van 21 mei 2009 aannemelijk maken.
De medische gegevens in het dossier ondersteunden niet dat de beperkingen ernstiger waren dan in de FML vermeld. De eigen beleving van appellant van zijn klachten kon volgens vaste rechtspraak geen aanleiding vormen om verdergaande beperkingen aan te nemen. De door appellant aangekondigde stukken van een ziekenhuis in de tropen waren niet ontvangen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.