ECLI:NL:CRVB:2011:BR5390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante ontving vanaf 11 oktober 2005 een volledige WAO-uitkering. Het UWV herzag deze uitkering per 7 mei 2008 naar een arbeidsongeschiktheid van 45-55%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege een onvoldoende arbeidskundige motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onjuist was uitgevoerd en dat de tweede keuring uitsluitend bedoeld was om haar uitkering te verlagen. Tevens stelde zij dat de rechtbank ten onrechte zelf invulling gaf aan de geschiktheid van functies en dat haar verzoek tot benoeming van een deskundige onterecht werd afgewezen.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling door de verzekeringsartsen juist was en dat er geen aanleiding was tot aanvullend onderzoek. Ook de nadere motivering van het UWV over de arbeidskundige geschiktheid van de functies was voldoende. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met veroordeling van het UWV tot proceskostenvergoeding.