ECLI:NL:CRVB:2011:BR5396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslag wegens niet-verzekerd zijn voor de Algemene kinderbijslagwet
Appellant, die in het verleden in Nederland heeft gewerkt en een WAO-uitkering ontving, keerde terug naar Marokko. Zijn WAO-uitkering werd per 29 januari 2003 herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, waardoor hij niet langer verzekerd was voor de Algemene kinderbijslagwet (AKW). De kinderbijslag werd daarom met ingang van het tweede kwartaal van 2008 beëindigd.
Appellant stelde dat hij vanaf 2005 weer een WAO-uitkering ontving met een hogere mate van arbeidsongeschiktheid (80 tot 100%) en dat hij verzekerd bleef voor de volksverzekeringen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de toeslag ingevolge de Toeslagenwet geen invloed heeft op het verzekeringsrecht voor de AKW.
De Centrale Raad van Beroep kon zich vinden in de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de uitspraak. De Raad vond geen nieuwe feiten of argumenten in het hoger beroep die tot een ander oordeel konden leiden. De beëindiging van de kinderbijslag berust op goede gronden en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beëindiging van de kinderbijslag is bevestigd omdat appellant niet meer verzekerd is voor de Algemene kinderbijslagwet.