ECLI:NL:CRVB:2011:BR5407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstandsuitkering aan niet-legale verblijver in Nederland bevestigd
Appellant, geboren in 1938 en met de Surinaamse nationaliteit, vroeg een bijstandsuitkering aan in aanvulling op zijn gekorte AOW-pensioen. Het College wees dit af omdat appellant geen geldige verblijfstitel had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep werd dit standpunt bevestigd.
Appellant voerde aan dat hij rechtmatig in Nederland verbleef omdat hij in afwachting was van een verblijfsvergunning en dat de weigering van bijstand in strijd was met artikel 8 EVRM Pro (recht op privéleven). Tevens deed hij een beroep op sociale zekerheidsverdragen (IAO-verdrag 102 en 128) voor een minimum oudedagsvoorziening.
De Raad overwoog dat appellant als niet-toegelaten vreemdeling niet met een Nederlander gelijkgesteld kon worden en dat artikel 16 WWB Pro van toepassing was, waardoor geen uitkering kon worden toegekend. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat appellant niet-legaal verbleef en er geen bewijs was dat terugkeer naar het land van herkomst onmogelijk was. Ook het beroep op de IAO-verdragen werd verworpen omdat de verblijfstermijn in Suriname niet gelijkgesteld kon worden aan verblijf in Nederland.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijstandsuitkering wegens ontbreken van een geldige verblijfstitel en wijst beroepen op EVRM en IAO-verdragen af.