ECLI:NL:CRVB:2011:BR5607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening terugvordering bijstand na strafrechtelijke vrijspraak
Appellant en zijn partner ontvingen tot oktober 2006 een bijstandsuitkering. Het College van burgemeester en wethouders van Arnhem trok de bijstand over de periode januari tot en met september 2006 in en vorderde de kosten terug, omdat zij een gezamenlijke huishouding zouden voeren. Appellant en zijn partner werden later vrijgesproken van het ten laste gelegde strafbare feit van het niet melden van hun samenwoning.
Ondanks de vrijspraak wees het College een verzoek tot herziening van de terugvordering af, omdat de vrijspraak niet werd gezien als een nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en stelt dat bestuursrechtelijke procedures niet gebonden zijn aan het oordeel van de strafrechter, mede vanwege verschillen in rechtsvragen en procesrecht. Tevens oordeelt de Raad dat appellant zijn standpunt over het ontbreken van een gezamenlijke huishouding eerder had moeten aanvoeren en dat een herzieningsprocedure niet dient voor hernieuwde discussie over eerdere besluiten.
De Raad ziet geen reden om het College te verwijten dat het verzoek tot herziening terecht is afgewezen en bevestigt het bestreden besluit. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de terugvordering van bijstand wordt afgewezen en het bestreden besluit bevestigd.