ECLI:NL:CRVB:2011:BR5612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-hoofdverblijf op uitkeringsadres
Appellante ontving sinds 1999 bijstand en gaf op dat zij woonde op een specifiek uitkeringsadres. Na een melding dat zij in het buitenland verbleef en haar woning verhuurde, voerde de Dienst Werk en Inkomen een onderzoek uit, inclusief een huisbezoek waarvoor zij toestemming gaf. Het College trok de bijstand per 4 augustus 2009 in omdat appellante niet haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen 'informed consent' had gegeven voor het huisbezoek en dat het onderzoek onvoldoende feitelijke grondslag bood. De Raad oordeelde dat het formulier 'Toestemming huisbezoek' correct was ingevuld en dat appellante de uitleg begreep. Tevens vond de Raad voldoende bewijs dat appellante niet op het uitkeringsadres woonde, onder meer vanwege het ontbreken van persoonlijke spullen en post.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde de intrekking van de bijstand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 augustus 2011.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante niet haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres en het huisbezoek rechtsgeldig was.