ECLI:NL:CRVB:2011:BR5633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens bedrijfsmatige activiteiten zonder opgave
Appellant ontving vanaf oktober 2000 bijstand en werd na een melding onderzocht op bedrijfsmatige activiteiten. Uit onderzoek, waaronder verklaringen en een proces-verbaal van sociale recherche, bleek dat appellant vanaf april 2004 activiteiten verrichtte en inkomsten genoot zonder dit aan het College te melden.
Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde aan dat hij pas eind 2005 daadwerkelijk als ondernemer werkte en dat financiële stukken incompleet waren.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksresultaten voldoende waren om het standpunt van het College te ondersteunen. De samenwerkingsovereenkomst en verklaringen toonden aan dat de onderneming al in 2004 actief was. Het ontbreken van definitieve financiële stukken deed hieraan niet af. De Raad bevestigde het besluit tot intrekking en terugvordering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.