ECLI:NL:CRVB:2011:BR5721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over hoofdverblijf en gezamenlijke huishouding bij bijstandsaanvraag
Appellant diende op 18 juli 2009 een aanvraag in voor bijstand als alleenstaande. Het College stelde dat appellant een gezamenlijke huishouding voerde met [P.] en haar echtgenoot [L.], die niet als alleenstaande maar als gehuwde werd aangemerkt. Het College baseerde dit op het feit dat [L.] niet op hetzelfde adres stond ingeschreven en andere administratieve gegevens.
Appellant voerde aan dat [L.] tijdelijk elders verbleef vanwege werk en familieomstandigheden en dat hij slechts een kamer huurde, zonder gezamenlijke huishouding. De Raad stelde vast dat de verklaringen van appellant niet eenduidig waren en dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan naar het hoofdverblijf van [L.]. De Raad concludeerde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd.
De Raad vernietigde het besluit van 1 februari 2010 en het vonnis van de rechtbank Leeuwarden, verklaarde het beroep gegrond en beval het College een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het College wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering, en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.