ECLI:NL:CRVB:2011:BR5745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding ondanks verblijf in het buitenland
Appellant, die een Ziektewetuitkering ontving, meldde zich ziek en kreeg toestemming van het UWV om in de zomerperiode van 2008 in Marokko op vakantie te gaan. Het UWV beëindigde de uitkering per 4 februari 2008 en stuurde het besluit op 7 juli 2008, tijdens de vakantieperiode, per aangetekende post naar appellant. Appellant maakte bezwaar op 27 augustus 2008, na de wettelijke termijn van twee weken.
De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, waarna appellant in hoger beroep stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege zijn verblijf in het buitenland met toestemming van het UWV en het feit dat het besluit tijdens zijn vakantie werd verzonden.
De Raad oordeelde dat het niet-ontvankelijk verklaren terecht was. Appellant had geen adequate maatregelen getroffen om zijn belangen te behartigen tijdens zijn afwezigheid, zoals het regelen van postafhandeling of het kenbaar maken van bereikbaarheid aan het UWV. Het UWV heeft geen plicht om rekening te houden met de vakantieperiode bij het verzenden van besluiten. De eigen verantwoordelijkheid van appellant staat centraal.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding ondanks verblijf met toestemming van het UWV in het buitenland.