ECLI:NL:CRVB:2011:BR5752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-procedure
Betrokkene stelde een verzoek in tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuurlijke fase van de herziening van zijn WAO-uitkering. De procedure duurde ruim vijf jaar en zes maanden vanaf ontvangst van het bezwaarschrift door het UWV. De Raad stelde vast dat de gehele overschrijding aan het UWV is toe te rekenen.
Betrokkene voerde aan dat de termijnberekening moest starten bij het besluit tot herziening van de WAO-uitkering, omdat dit een “criminal charge” zou zijn onder artikel 6 EVRM Pro. De Raad verwierp dit en bevestigde dat de termijn begint te lopen bij ontvangst van het bezwaarschrift. Het besluit van het UWV was niet punitief van aard.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €1.500 wegens de overschrijding van ruim anderhalf jaar en tot vergoeding van de proceskosten van €218,50. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 augustus 2011.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.500 schadevergoeding en €218,50 proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.