ECLI:NL:CRVB:2011:BR5760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het UWV tot intrekking van zijn WAZ-uitkering per 26 maart 2006. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, mede op basis van een deskundigenrapport dat stelde dat appellant geen beperkingen had die arbeid belemmerden.
In hoger beroep benoemde de Raad een nieuwe deskundige, neuroloog Stenvers, die concludeerde dat appellant wel degelijk ziek was op de peildatum, met beperkingen door obstructief slaapapneusyndroom en Periodic Leg Movement Syndroom, wat geheugen- en concentratieproblemen veroorzaakte. Deze conclusie week af van eerdere rapportages.
De Raad volgde de onafhankelijke deskundige en oordeelde dat het besluit van het UWV onvoldoende medische grondslag had en daarom vernietigd moest worden. De Raad droeg het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen, waarbij de beperkingen van appellant in overweging moeten worden genomen.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige medische beoordeling bij intrekking van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en bevestigt de norm dat de Raad in beginsel het oordeel van een onafhankelijke deskundige volgt.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische grondslag en het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen.