ECLI:NL:CRVB:2011:BR5884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid bezwaar studiefinanciering
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van de IB-Groep omtrent studiefinanciering, waarbij de IB-Groep inmiddels was opgehouden te bestaan en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in haar plaats was getreden. De Minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bericht waartegen het bezwaar was gericht geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit van 23 december 2009 en verklaarde het bezwaar alsnog ongegrond, waarbij de uitspraak van de rechtbank in de plaats trad van het vernietigde besluit. Appellante voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan als eerder, maar gaf ter zitting geen aanvullende argumenten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de aangevoerde gronden voldoende en juist heeft gemotiveerd en onderschrijft de overwegingen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.