ECLI:NL:CRVB:2011:BR5893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- H. Bolt
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WAO-uitkering wegens onvoldoende onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft in juni 1998 een WAO-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid vanaf 1 september 1993. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat appellant niet gedurende 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest. Na bezwaar bleef het Uwv bij deze beslissing, mede op basis van medisch onderzoek dat stelde dat appellant vanaf 1 januari 1996 niet meer tot de verzekerdenkring behoorde.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het recht op WAO-uitkering ontstaat na 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid, wat in deze zaak niet was vastgesteld. De medische informatie bood geen aanknopingspunt voor het tegendeel.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij in Nederland werknemer was geweest en ziek werd, met bijgevoegde medische verklaringen die een verslechtering van zijn situatie stelden. Het Uwv handhaafde echter zijn standpunt. De Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij de rechtbank en bevestigde het oordeel dat appellant niet voldeed aan de vereiste voorwaarden voor een WAO-uitkering.
De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en bevestigde de aangevallen uitspraak. Appellant was niet verschenen bij de zitting, het Uwv werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering omdat appellant niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest.