ECLI:NL:CRVB:2011:BR6114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering met psychische klachten en neuropsychologisch onderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om hem per 1 november 2007 geen WAO-uitkering toe te kennen, omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens onvoldoende medische motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische beperkingen en overhandigde een neuropsychologisch rapport van juli 2010. De Centrale Raad oordeelde dat dit rapport niet op de datum in geding betrekking had en niet voldeed aan de vereisten dat conclusies moeten worden ondersteund door een medisch-specialistisch rapport.
De Raad verwierp het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de psychische klachten op juiste wijze waren meegewogen door verzekeringsartsen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering per 1 november 2007 wegens onvoldoende medische onderbouwing van psychische beperkingen.